Historie orgel

Ongeveer gelijktijdig met de ingebruikname van het nieuwe kerkgebouw in 1928 werd het orgel in gebruik genomen. Een Valkcx en van Kouteren, gebouwd volgens het toen gangbare pneumatische kegelladesysteem, met 8 stemmen en aangehangen pedaal. Het orgel heeft tot 1993 dienst gedaan maar werd met name na de uitbreiding van het kerkgebouw in 1982 (van 400 naar ca 620 zitplaatsen) te klein bevonden. De beperkte mogelijkheden en geringe draagkracht deden zich steeds meer gelden. Vermeldenswaard is overigens dat het orgel het lot van vele pneumatische orgels, nl de schroothoop, bespaard bleef. Dankzij de inspanningen van het Oost-Europa comité te Arnhem kreeg het orgel een plaats in de Geref. Kerk te Ilienie in Roemenie waar het nog elke zondag dienst doet.

Voorbereidingen nieuw orgel

De groei van de gemeente maakte overwegingen tot splitsing van de gemeente, dubbele diensten of uitbreiding van de kerk noodzakelijk. De kerkgangers pasten zondags eenvoudigweg niet meer in het gebouw. Het werd uitbreiding. De realisatie vond in 1982 plaats. De inmiddels in het leven geroepen orgelcommissie adviseerde na uitgebreid beraad tot de bouw van een nieuw orgel. Die opdracht werd verstrekt aan de gebr. Hoogendoorn te Enschede: BAG Orgelmakers. De reeds gebouwde instrumenten van deze orgelmaker (o.a. Kandelaarkerk, Heemse) lieten een uitstekende indruk achter bij de commissie.

Realisatie

Er werd gekozen voor een echt Hollands orgel zoals dat met name in de eerste helft van de 19e eeuw werd gebouwd, met duidelijke herkenning van het werk van Bätz. Het orgel kreeg als primaire taak de begeleiding van de gemeentezang. In 1994 werd het nieuwe instrument opgeleverd: 19 stemmen, verdeeld over 2 klavieren en pedaal, in een zeer degelijk gebouwde eikehouten kas met royaal snijwerk.

 

De labia’s van de frontpijpen werden voorzien van bladgoud.

De plaats van het orgel bleef ongewijzigd in het front van de kerk boven de kansel, nog altijd de meest geschikte plek voor een orgel!

 

De orgelmakers zagen kans in de (toch niet al te grote) ruimte onder de paraboolconstructie een hoofdwerk- rugwerk te realiseren. Het zou de klank-emissie richting kerkzaal alleen maar bevorderen.

 

Hoofdwerk: Bovenwerk: Pedaal:
Prestant 8’ Holpijp 8’Subbas 16’
Bourdon 16’ Viola 8’Octaaf 8’
Roerfluit 8’ Roerfluit 4’ Fagot 16’
Octaaf 4’ Nasard 3’
Speelfluit 4’ Woudfluit 2’
Quint 3’ Dulciaan 8’
Octaaf 2’ Tremulant
Cornet af c’ V Koppelingen:
Mixtuur 4-5st HW - BW
Trompet 8’ Ped - BW
Tremulant Ped - HW

Enige klankindrukken:

De kerk heeft een redelijke akoestiek. Deze neemt echter vrij snel af wanneer de banken gevuld raken. Toch valt er ook bij een gevulde kerk goed te zingen. In de mensurenopbouw en de intonatie heeft de orgelbouwer met dit gegeven rekening gehouden. Bij de opbouw van het plenum (volle werk) valt dat ook al spoedig op. Het instrument bezit een volle, dragende klank van een mild karakter.

Zowel het hoofdwerk als het bovenwerk bezitten een tremulant . De tongwerken zijn zeer geslaagd; de fraaie Dulciaan biedt uitstekend partij naast de sonore Trompet 8’op het hoofdwerk. De Fagot 16’van het pedaal heeft trechtervormige bekers en zet een stevige basis onder het plenum maar is ook buiten het volle werk goed te gebruiken.

 

Aan de aan-en afspraak van de tongwerken is veel aandacht besteed.

De Cornet is een echte “gemeentezangstem” en associeert sterk aan de Bätzklank.

Een tintelende Mixtuur bekroont het geheel.

Maar ook bij de fluiten is veel moois te horen . Zo levert de combinatie 8/4/3 op het bovenwerk, eventueel met de Dulciaan een alternatieve uitkomende stem bij de Cornet.

Al met al is het geheel een orgel met allure en uitstraling.

In de afgelopen jaren werden reeds meerdere orgelconcerten door bekende organisten verzorgd.

De aantekeningen in het gastenboek getuigen van grote waardering voor het instrument.

Marienberg is er blij mee ! Bovendien is het een aanwinst voor het regionale orgelbezit.

 

bron verhaal : http://www.marienberg.gkv.nl/

© Akkerorgels - Matthijs Knigge